Fytotherapie in Griekenland

15 april 2016

Samos is een groen Grieks eiland dankzij het vele grondwater. Het is een paradijs voor de plantenliefhebber. Naast allerlei orchideeën groeien rozemarijn, salie, tijm en kamille er letterlijk langs de kant van de weg. Ik kom er graag, om meer dan deze reden. De ideeën over fytotherapie zijn in Griekenland anders dan in Nederland. Wanneer iemand mij thuis vraagt naar mijn beroep moet ik eerst uitleggen dat ik geen fysio-, maar fytotherapeut ben en wat dit betekent. Meestal volgt er dan een positieve reactie, vooral van mensen die denken dat ik me met allerlei spirituele zaken bezighoud. Daartegenover staat de sceptische reactie. Soms zie ik iemand bijna denken: ‘Oh jee, daar heb je weer zo’n zwever…’. Geen van beiden hebben een realistisch beeld van mijn beroep. In Griekenland bestaat er echter nog altijd een volkstraditie van kruidengeneeskunde. De afgelopen jaren is de belangstelling voor natuurlijke producten daar zelfs toegenomen.

Op de talloze markten die ik bezoek, worden zelfgemaakte zalven en zepen verkocht. Een populaire, traditionele zalf op basis van olijfolie en bijenwas is keraloifí. Evagelía, één van de verkoopsters, voegt er honing, aloë vera en sint-Janskruid aan toe. Omdat het een klein eiland is en mond-tot-mondreclame zich vliegensvlug verspreidt, is al snel bekend wie goede producten maakt. Evagelía maakt goede keraloifí. Zodra mensen erachter komen wat mijn beroep is, beginnen de verhalen. Ik heb enkele typerende verhalen opgeschreven: ‘Toen ik klein was, maakte mijn moeder thee van molocha-bloemen (Malva spp.) wanneer ik diarree had.’ Van slijmstoffen heeft ze nog nooit gehoord. Keelpijn behandel je met gekookte, gedroogde vijgen en honing. Dit moet je langzaam opdrinken. Het maakt niet uit hoe het werkt: het werkt.

Een vrouw vertelde me dat ze zich wast met een aftreksel van het blad van de masticha-boom (Pistachia lentiscus L.), beter bekend vanwege de mastiekhars. Dit houdt haar huid jong en mooi. De volgende dag bracht ze mij een paar takjes.

Een in het traditionele zwart geklede weduwe vertelde me dat ze elke avond een infuus van faskomilo (salie) maakt, om beter te kunnen zien. Ze heeft vaak oogontsteking en wassingen met faskomilo helpen haar. Het betreft waarschijnlijk Salvia fruticosa Mill., de meest voorkomende variant op het eiland. Naast de astringente en ontstekingsremmende werking, bevat deze soort salie het hoogste gehalte 1,8-cineole (tot 66%), dat onder andere een antibacteriële en antivirale werking heeft 1.

Het verse sap van de vrucht van de pikraggouriá (spring- of spuitkomkommer, Ecballium elaterium) kun je
op de huid smeren ter hoogte van de sinussen bij sinusitis. ‘Maar niet te veel, want anders brandt het je huid!’ Deze plant is inderdaad al in lage doseringen toxisch. Het is ook bekend dat inhoudsstof cucurbitacine B in deze plant ontstekingsremmend werkt 2, 3.

Voor de beste planten moet je echter de berg op, zo vertelt menigeen mij. Ik ben er nog niet achter of dit te maken heeft met het feit dat het er koeler is dan aan de kust, waardoor planten minder snel verschroeien in de zomerzon, of dat het gaat om de moeite die je ervoor moet doen om ze te verzamelen. Het lijkt er soms op dat hoe meer moeite je moet doen, hoe beter de plant werkt.

Ik verzamel zoveel mogelijk informatie in de hoop er ooit een boek over te kunnen schrijven, want ook hier gaat de oude kennis steeds meer verloren. Een enkele pessimistische reactie getuigt daarvan: ‘Hier geloven de mensen veel meer in de pillen van de dokter.’ Gelukkig zie ik ook het tegenovergestelde. Omdat ik al een tijdje in hetzelfde dorp kom, weten steeds meer mensen mij te vinden… via mond-tot-mondreclame. En dat is een grote eer.

Bronnen:
[1]Kintzios, Spiridon E. (Ed.) Sage, The Genus Salvia. Harwood academic publishers 2000, 41.
[2]Raikhlin-Eisenkraft B, Bentur Y. ‘Ecbalium elaterium (squirting cucumber) Remedy or Poison?’ Journal of Clinical Toxicology 38, 3: 305-8, 2000.
[3]Salhab, Abdulazim S. ‘Human Exposure to Ecballium elaterium Fruit Juice: Fatal Toxicity and Possible Remedy.’ Pharmacology & Pharmacy 4: 447-450, 2013.