De koperparadox

5 december 2017

Door: Angélique De Beule

Koper is een onmisbaar spoorelement voor verschillende enzymsystemen in ons lichaam.1-3
Zo speelt het onder meer een belangrijke rol in de respiratieketen. Zowel de vrije radicalenvanger superoxide dismutase (SOD) als het mitochondriaal cytochroom-c-oxidase zijn koperafhankelijk.
Ook veel andere enzymen gebruiken koper als cofactor. Chronische koperdeficiëntie kan aanleiding geven tot aandoeningen zoals bloedarmoede, osteoporose, reumatoïde artritis alsook mitochondriale/neurologische disfunctieziekten (epilepsie, multiple sclerose, alzheimer).

Naast een tekort kan ook een overmaat aan koper voor gezondheidsproblemen zorgen. Zo kan er sprake zijn van kopertoxiciteit of van de biologische onbeschikbaarheid ervan in het lichaam.2 Elkaar versterkende epigenetische actoren die tot een koperoverschot in ons lichaam leiden, zijn bijvoorbeeld gebruik van anticonceptie en oestrogeenpreparaten, koperrijke voeding en chronische (oxidatieve) stress. Daarnaast zorgt een tekort aan koperbindende eiwitten zoals ceruloplasmine en metallothioneïne voor koperaccumulatie in hersenen, lever en geslachtsorganen. Vandaar dat zenuwaandoeningen, emotionele uitbarstingen, toenemend geweld, verslavingen, schimmelinfecties zoals Candida albicans, hepatitis, premenstrueel syndroom (koperverhoging in de week voor de menstruatie), fertiliteitsproblemen en libidoverlies steeds meer worden toegeschreven aan een koperdisbalans.
Een koperdisbalans vaststellen is niet altijd eenvoudig, omdat koper zich diep kan ‘verschuilen’ in organen zoals hersenen en lever.2 Dit maakt dat urine-, bloed- en haartesten vaak niet op de juiste manier geïnterpreteerd kunnen worden. Het zijn onderliggende verbanden (via haaranalyse), zoals een hoog calcium- of kwikgehalte, of een laag kalium- of zinkgehalte, die een verborgen koperopstapeling aan het licht brengen. Soms kan het noodzakelijk zijn het kopergehalte rechtstreeks te meten via een leverbiopsie. Herstel van de koperbalans vraagt dan ook een holistische aanpak, waarbij zowel aanpassingen in voeding als leefstijl noodzakelijk zijn.

Twee derde van de dagelijkse koperinname wordt via de lever afgegeven in de galblaas.3 Via de galblaascontractie komt het in de darmen, waar het samen met de feces wordt afgevoerd. Met andere woorden de status van de galblaas (taurine) alsook de contractie (parasympaticus-afhankelijk!) ervan zijn een eerste cruciale factor voor de koperhomeostase in het lichaam.
Daarnaast stellen dr. Wilson en dr. Eck vast dat een vegetarisch dieet vaak kopertoxiciteit in de hand werkt.2 Niet alleen ontbreekt het aan taurine en zink (voornamelijk aanwezig in vlees), maar bovendien is het rijk aan koperbevattende levensmiddelen zoals bonen, zaden, avocado, cacao en granen. Vervolgens leidt zinkdeficiëntie tot een blokkade ter hoogte van de pancreas (moeilijke enzymvrijgave) en schildklier die supergevoelig is voor koperopstapeling. Daardoor neemt de disbalans toe en wordt vlees verteren nog moeilijker. Zo kunnen mensen in ‘gedwongen vegetarisme’ terechtkomen.

Ook een overvloed aan kunstmatige en geraffineerde suikers, fruit, cafeïne en e-additieven dient beperkt te worden, vanwege het overstimulerende effect ervan op de bijnieren. Alleen gezonde bijnieren kunnen een signaal naar de lever sturen voor de aanmaak van het sterk koperbindende eiwit ceruloplasmine. Eén van de verklaringen waarom kopertoxiciteit een stijgende tendens aanneemt in onze huidige maatschappij. Koperliganden die een rol spelen bij het biobeschikbaar stellen van koper zijn albumine, metallothioneïne (cysteïne-rijk), glutathion (selenium als cofactor) en ATP.3

Tot slot kan het koperevenwicht orthomoleculair hersteld worden door enerzijds in te spelen op nutriënten die een overmaat helpen voorkomen, zoals de antagonisten molybdeen, zink, ijzer, kalium, fosfor en de vitamines B3, B5, B6, A en C. En aan de andere kant het aanbrengen van kopersynergisten: calcium, kobalt, selenium, natrium en de vitamines B1, B9, B12 en D, die het lichaam vrijwaren van een kopertekort.1,2 Want het lichaam heeft elk nutriënt nodig in de juiste concentratie (prof. dr. Linus Pauling, 1968).

www.efiow.be

Bronvermelding:
1. David L. Watts, D.C., Ph.D., F.A.C.E.P. The Nutritional Relationships of Copper. Journal Of Orthomolecular Medicine, 4, 2, 1989
2. Webartikel door dr. Lawrence Wilson. Copper and your Health – Mei 2017
3. Copper in drinking water – Chapter 2: Physiological Role of Copper – 2000 International Standard Book number 0-309-06939-4 National Acadamy Press