Het keurslijf van hard bewijs

9 april 2020

Door: Anna Kruyswijk – van der Heijden

Tijdens het bestuderen van publicaties voor het artikel over EDC’s of hormoonverstorende stoffen vielen me de conclusies en aanbevelingen op.1 Want de gebruikelijke afsluitende zin luidt: Om meer inzicht te verwerven is verder wetenschappelijk onderzoek nodig. Of: …zijn betere modellen voor onderzoek nodig. Voor wetenschappers zijn dit interessante conclusies. We weten immers nog lang niet hoe het precies in elkaar zit; meer onderzoek zal ons zeker verder brengen. Maar is dit ook zo? Of is het keurslijf-denken?

Het onderzoek naar de invloed van EDC’s is exemplarisch voor de manier waarop wetenschap in onze tijd functioneert. Wetenschap bestaat al zo lang mensen leven en heeft altijd dezelfde basiselementen gehad: waarneming – hypothese – proefneming – conclusie – bevestiging van de conclusie door herhaling van de proef. Hoe de proef uitgevoerd wordt noemen we methodologie, en hoe het soort proef en de uitkomsten ervan vervolgens gewaardeerd worden, is ondergebracht in de wetenschappelijke hiërarchie van bewijs.2 Deze hiërarchie loopt van aanwijzing naar sterke aanwijzing, vervolgens beginnend bewijs naar groeiend bewijs en dan naar hard bewijs.
Sinds de introductie van Evidence Based Science hebben deze laatste twee onderdelen, methodologie en hiërarchie, de status van hoogste waarheid gekregen. Zo zijn associatie en correlatie geen bewijs van causaliteit, oorzakelijkheid. Er moet eerst meer onderzoek gedaan worden, en intussen mag je er niks over zeggen. Zolang de onderzoeker de regels van methodologie en hiërarchie volgt, wordt hij gerespecteerd en beschermd door de wetenschappelijke gemeenschap. Doe je uitspraken en aanbevelingen voordat er hard bewijs is geleverd, dan word je afgestraft. Het is interessant om in dit licht naar de wetenschappelijke carrière van Theo Colborn te kijken.

Apotheker Theo, eigenlijk Theodora, Colborn (1927 – 2014), studeerde later in haar leven zoetwaterecologie en promoveerde daarna in zoölogie, met onderzoek naar de leefomgeving van The Great Lakes. Zij werd een pionier op het gebied van EDC’s, een term die op een door haar georganiseerd congres in 1991 werd geïntroduceerd. Colborn staat als vroegste auteur over EDC’s genoemd op Pubmed.3 Toch waren er voordien al publicaties over de desastreuze gevolgen van DES (di-ethylstilbestrol), een synthetisch hormoon dat tussen 1938 en 1971 grootschalig werd voorgeschreven ter voorkoming van spontane abortus.

www.jouwvoeding.com

Lees het gehele artikel vanaf pagina 6 in OrthoFyto 2/20.

Wilt u het gehele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50

Bronvermelding:

  1. Kruyswijk- v.d. Heijden AM. Blootstelling aan hormoon verstorende stoffen. Orthofyto 2020-2
  2. Kruyswijk- v.d. Heijden AM. Feiten en meningen. Orthofyto 2017 – 4
  3. Colborn T. et al. Developmental effects of endocrine-disrupting chemicals in wildlife and humans. Environ Health Perspect. 1993 Oct;101(5):378-84
  4. Colborn T. Pesticides-how research has succeeded and failed to translate science into policy: endocrinological effects on wildlife. Environ Health Perspect. 1995;103 Suppl 6:81-85.
  5. Colborn T. Our stolen future. Plume Books 1997. ISBN 9780452274143
  6. Kruyswijk- v.d. Heijden. Eenvoudig Gezond. Jouw Voeding 6e druk 2018. ISBN 9789087593858