ROBO-contact

30 januari 2018

Door: Anna Kruyswijk – van der Heijden

De verpleegkundige liep in de verkoeverkamer naar het bed waar mijn patiënt was binnengereden, voorzien van de nodige slangen en apparatuur. Hij was een vijftiger, directeur van een dienstverlenende organisatie, en net geopereerd aan een brughoektumor. De maanden ervoor had hij toenemend last van oorsuizen en duizeligheid aan zijn linkeroor gekregen, en was doorverwezen naar de keel-neus-oorarts en de neurochirurg. Om te zien of hij al aanspreekbaar was, riep de verpleegkundige: ‘meneer, wilt u even uw naam zeggen?’

Enige tijd geleden brachten we een bezoek aan een groot huis waar vroeger familie had gewoond en waar nu een tiental psychogeriatrische patiënten werd verzorgd. In de huiskamer trof ik een oude dame, gezeten naast een groot aquarium waar een paar vissen rondjes zwommen. Op haar schoot had zij een knuffel, een zeehondje dat zij liefdevol aaide. Ze keek me veelbetekenend aan: ik mocht het diertje ook even aaien. Samen hielden we de knuffel vast, de vrouw keek tevreden voor zich uit. Een typisch geval van het nut van een TO-tje. Tijdens mijn studie leerden we over deze TO-tjes ofwel ‘transitional objects’, zoals knuffels en poppen die kinderen vaak in bed hebben om zich veilig te voelen.1 Als mensen deze tot ver na hun kindertijd nodig hebben, kan dit een teken zijn van psychische onevenwichtigheid.

Ik moest denken aan de robotica die momenteel ontwikkeld worden als gezelschap voor ouderen, voor zieken, en voor iedereen die een beetje gezelschap of een TO-tje nodig heeft.
Een documentaire hierover toonde de technologie waarbij robots met behulp van kunstmatige intelligentie ‘leren’ om gezichtsuitdrukkingen te herkennen en erop te reageren; ook kunnen ze zinnen zeggen en zonodig liedjes zingen die bekend zijn bij degene die gezelschap nodig heeft.
Het zelflerende vermogen van de robot zal diens mogelijkheden om prettig gezelschap te zijn met de tijd verder vergroten. Op deze manier kunnen bijvoorbeeld de verpleging, verzorging en familie ontlast worden.
In de documentaire werd ook een jonge Japanse vrouw thuis en op straat gevolgd, die met een soort kinderwagen met daarin een robot door de stad liep. Tijdens het gesprek met de journalist werd duidelijk dat zij het reuze gemakkelijk en gezellig vond om een robot in huis te hebben. Deze was altijd beschikbaar, nooit humeurig, kon (geprogrammeerde) liedjes zingen en desgewenst uitgezet worden (wat ze nooit deed). Ze voelde zich met haar robot prettig en had eigenlijk geen behoefte aan mensen.

www.jouwvoeding.com

Lees het gehele artikel vanaf pagina 6 in OrthoFyto 1/18.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50

Bronvermelding:

  1. Winnicot DW. Transitional objects and transitional phenomena. 1953 Int. s. Psvcho-Anal., 34:89-97.
  2. IEEE Spectrum. Can we trust robots? 2016 May 21.
  3. Schenk D. Robots die raad weten met morele dilemma’s. NRC 3 november 2017.
  4. Buettner D. The Blue Zones. 2012 National Geographic Society.
  5. Holt-Lunstad J, Smith TB, Layton JB. Social relationships and mortality risk: a meta-analytic review. PLoS 2010, July 27.