Synergie: 1 + 1 = 3

12 februari 2016

Het vernuft van de natuur kan me blijven verbazen. Het zit zo ingenieus in elkaar dat we er eigenlijk nog maar heel weinig van begrijpen. Planten hebben bijvoorbeeld ‘geleerd’ zich te beschermen tegen onder andere schimmels, insecten en grazers. Door stoffen aan te maken die toxisch zijn voor insecten en andere ziekteverwekkers, of doordat ze stekels hebben, waardoor ze onaantrekkelijk worden voor grazers. Ze hebben chemische signalen ontwikkeld om insecten aan te trekken die onschadelijk zijn voor de plant, maar niet voor andere insecten die de plant graag eten. Het ‘goede’ insect beschermt de plant zo tegen het ‘gevaarlijke’.

Een waarlijk staaltje van chemische oorlogsvoering tref je bij rode klaver (trifolium pratense l.) aan. Dit plantje groeit graag in grasland, waar ook vee rondloopt. Deze plant heeft fyto-oestrogenen ontwikkeld om zich te beschermen tegen vraat. Als schapen te veel rode klaver eten, tast dit hun vruchtbaarheid aan: minder schapen betekent meer overlevingskans voor de rode klaver.

Een gevolg van deze aanpassing van planten is synergie. In de zoektocht naar overlevingsstrategieën is er een samenspel van inhoudsstoffen ontstaan. Dit wordt vaak nog niet goed begrepen door de wetenschap. Synergie wordt vaak omschreven als de samenwerking tussen chemische stoffen in planten, die bij afzonderlijk gebruik minder tot geen effect of een ander effect hebben dan wanneer ze gezamenlijk worden toegediend. Het gaat om activiteiten en effecten die niet bekend zijn van de individuele componenten, maar pas in samenwerking met andere stoffen in de plant tevoorschijn komen. Er wordt dan ook vaak gezegd dat de hele plant meer is dan de som der delen, ofwel: 1 + 1 = 3.

Het zijn stoffen van verschillende aard die een interactie aangaan zodat ze elkaars werking beïnvloeden. Ze kunnen elkaar versterken, door bijvoorbeeld de stabiliteit van een component te verhogen, of de biologische beschikbaarheid ervan te vergroten. Ze kunnen elkaar ook tegenwerken. Het komt voor dat een inhoudsstof in geïsoleerde vorm toxisch is, maar toch veilig gebruikt kan worden in een bereiding van de hele plant. Andere inhoudsstoffen verzwakken dan het toxische effect. Zo zijn er diverse interacties bekend. Zomeralsem (artemisia annua l.) is een plant die de basis vormt voor een ‘nieuw’ medicijn tegen malaria: artemisinine. Vanwege de versterkende, synergetische werking tussen de inhoudsstoffen heb je veel minder nodig als je de hele plant gebruikt, dan wanneer de stof wordt geïsoleerd. Het blijkt dat ‘thee’ van de bladeren van deze Artemisia met een totale hoeveelheid van 60 mg artemisinine, even effectief is als de standaarddosering van 500 – 1000 mg gezuiverde artemisinine. Andere componenten van de plant hebben dus een versterkende synergetische werking op artemisinine.

Wellicht is het meest bekende voorbeeld salicine, een component van onder andere wilgenbast (salix spp.). Wilgenbast wordt van oudsher gebruikt vanwege de pijnstillende, koortsverlagende en ontstekingsremmende werking. In geïsoleerde vorm bleek salicine echter zeer schadelijk, onder andere voor de maag. Daarom heeft men het aangepast en ontwikkeld tot acetylsalicylzuur; de huidige aspirine. Echter, acetylsalicylzuur, zonder de andere inhoudsstoffen van de wilgenbast, blijkt schadelijker voor de maag te zijn dan een extract van de bast. In de bast zit veel meer dan alleen salicine. Onder andere de looistoffen uit de bast voorkomen irritatie van de maag. De synergie zorgt ervoor dat een stof veilig kan worden gebruikt.

Planten hebben zich in de loop van de evolutie steeds aangepast aan de omstandigheden in hun omgeving, waardoor een nauwkeurige chemische balans is ontstaan. Er moet nog veel onderzoek worden gedaan naar de synergie tussen de inhoudsstoffen van planten. Eén ding is echter duidelijk: het effect van samenwerking is daarbij groter dan wat de afzonderlijke componenten zouden kunnen bereiken.

Bronnen:
1. Algera M. Mens en medicijn. Geschiedenis van het geneesmiddel. Amsterdam: Meulenhoff, 2000: 351- 354;
2. Duke JA. The Green Pharmacy Herbal Handbook. New York: St. Martin’s Press, 2002: 206, 308-310;
3. Ganora L. Herbal Constituents. Foundations of Phytochemistry. Louisville: Herbalchem Press. 2009: 53-56;
4. Leland JC, et al. Natural Products from Plants. Boca Raton: CRC Press, 2006: 481;
5. Schulz V, Hänsel R, Blumenthal M, et al. Rational Phytotherapy. A Reference Guide for Physicians and Pharmacists. Berlijn, Springer, 2004: 197-8, 353-4;
6. Van Eekeren N, Dekker S. Phyto-oestrogeen in rode Klaver. Vlugschriften Louis Bolk Instituut, oktober 2003;
7. Van Meer JH. Onderzoek naar synergie in fytotherapeutica. Nederlands tijdschrift voor fytotherapie 19, 3: 22-23, 2006;
8. Verhelst G. Groot handboek geneeskrachtige planten. Wevelgem: Mannavita, 2008: 492.