Medicatie veilig slikken rond de zwangerschap

11 april 2019

Door: Han Siem

In onze praktijk krijgen we vaak de vraag of de medicatie veilig is bij kinderwens, zwangerschap of lactatie. Vooral voor kruiden, vitamines en mineralen zijn helaas weinig data bekend uit de literatuur. Ook zijn gegevens, zoals vermeld in beschikbare vademecums van bijvoorbeeld de fabrikant, soms onvolledig. Bij Ayurvedische kruidenpreparaten staat onder contra-indicaties vaak niets vermeld terwijl in de literatuur uteruscontracties beschreven staan, met een verhoogde kans op abortus. De therapeut kan dus niet altijd blindelings op de beschikbare informatie leunen en loopt mogelijk een risico.

Helaas is het niet mogelijk om per geneesmiddel, kruid, vitamine of mineraal aan te geven of dat wel of niet veilig is, maar ik beschrijf met welke aspecten we te maken hebben om de kans op schade te beperken. Bekend zijn de problemen die kunnen ontstaan bij voedingstekorten, roken, drugs- en alcoholgebruik, en chronische aandoeningen zoals epilepsie en diabetes mellitus. Daarnaast zijn er veel gegevens over reguliere geneesmiddelen aangaande veiligheid bij zwangerschap en lactatie. In de reguliere geneeskunde wordt bijzondere aandacht gegeven aan geneesmiddelen die ook na staken nog een teratogeen effect kunnen hebben, zoals isotretinoïne, cytostatica en methotrexaat. De preventieve rol van foliumzuur ter voorkoming van neuraalbuisdefecten is inmiddels alom bekend. Daarom wordt bij kinderwens aanbevolen om dagelijks 0,4mg foliumzuur te gebruiken vanaf een maand voor de conceptie tot en met tenminste twee maanden erna.1,2 Ook is van vitamine A bekend dat de veilige grens bij zwangerschap niet mag worden overschreden. Doseringen van >25.000 IE zijn teratogeen en het advies is maximaal 10.000 IE (=3000 microgram). Lareb beveelt zelfs een maximale dagdosis aan van 2666 IE (=800 microgram).3

Indien een stof een teratogeen effect heeft, betekent dit dat er irreversibele schade ontstaat van het embryo of de foetus. Vermoed wordt dat in Nederland 3% van de pasgeborenen ontwikkelingsstoornissen vertoont. Op vijfjarige leeftijd stijgt dit percentage tot 8% omdat functionele stoornissen pas later worden ontdekt, zoals een stoornis van het gehoor of de hersenen. Teratogeniteit kan direct plaatsvinden op het ongeboren kind of langs de fysiologische processen van de moeder. Onderzoek naar de schadelijkheid van medicatie tijdens de zwangerschap bij de mens is gecompliceerd en ethisch niet toelaatbaar en wordt daarom voornamelijk verkregen uit dierexperimenteel onderzoek. Dit type onderzoeksresultaten laat zich echter niet één op één extrapoleren naar de mens. Epidemiologische studies zijn daarom van groot nut in de beoordeling van toxiciteit van een stof bij zwangerschap. De placenta is van cruciaal belang omdat die de verbinding vormt tussen moeder en kind. Als een stof de placenta zou passeren komt die in de circulatie van het kind terecht. In de placenta bevinden zich tal van enzymen die van belang zijn voor het metaboliseren van de ingenomen medicatie.4

www.devitamineapotheek.nl

Lees het gehele artikel vanaf pagina 10 in OrthoFyto 2/19.

Wilt u het gehele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50

Bronvermelding:

  1. Gezondheidsraad. Risico’s van foliumzuurverrijking, 2000; publicatie nr 2000/21
  2. Walle et al. Insufficient folic acid intake in the Netherlands. Teratology 2002;66:40-43
  3. Farmacotherapeutisch Kompas
  4. Briggs et al. drugs in pregnancy and lactation 7th edition. Williams & Wilkins 2005
  5. Sannerstadt et al Drugs during pregnancy. An issue of risk classification and information to prescribers. Drug safe 1996;14:69-77
  6. Australian Drug Evaluation Committee. Medicines in pregnancy: an Australian categorisation of risk of drug use in pregnancy 3rd edition. Canberra. Australian Government Publishing Service 1996
  7. American academy of paediatrics committee on drugs: the transfer of drugs and other chemicals into human milk. Pediatrics 2001;108:776-789
  8. Kramer et al. The optimal duration of exclusive breastfeeding. WHO report WHO/NHD/01.08:2002