Problemen bij polyfarmacie

01 Feb, 2024

Door Han Siem

Polyfarmacie, waarbij de patiënt meer dan vijf geneesmiddelen structureel gebruikt, komt veel voor en is aanleiding voor het optreden van veel interacties. Dat kan onderling tussen de reguliere medicatie gebeuren, maar interactie is ook mogelijk met voeding, drank en voedingssupplementen. Vooral ouderen en patiënten met comorbiditeit zijn extra gevoelig voor de schadelijke effecten van geneesmiddelen. Bij ouderen mede omdat de lever en nieren steeds minder goed werken. Zij kunnen meer last hebben van geneesmiddelinteracties. In dit artikel beschrijf ik de risico’s in de dagelijkse praktijk en welke interacties spelen bij de polyfarmaciepatiënt.

Met de leeftijd neemt de kans op polyfarmacie toe toont een recent overzicht aan. Zo telt de leeftijdscategorie 25-44 jaar per 1000 mensen 11 polyfarmaciepatiënten, bij 45-64 jaar loopt dit op tot 86 polyfarmaciepatiënten en bij 65-74 jaar tot 247 polyfarmaciepatiënten. Boven de 75+ gaat het zelfs voor bijna de helft op, namelijk 451 polyfarmaciepatiënten per 1000 mensen.1

Circa twee derde van alle 65-plussers heeft twee of meer chronische aandoeningen, en dit percentage stijgt met de leeftijd.2 Door deze comorbiditeit en polyfarmacie verandert de balans tussen effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen.3 Wanneer er bij een patiënt een onverwachte bijwerking ontstaat of een therapie ineens faalt, is het verstandig aan een geneesmiddeleninteractie te denken. Dat kan ontstaan door interacties tussen geneesmiddelen onderling, maar ook door een specifiek nutriënt of voedingssupplement.

Meer informatie: www.devitamineapotheek.nl

Lees het gehele artikel vanaf pagina 6 in OrthoFyto 1/24.

Wilt u het gehele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.

Bronvermelding:
1. www.staatvenz.nl/kerncijfers/polyfarmacie-aantal-patienten
2. www.vzinfo.nl/chronische-aandoeningen-en-multimorbiditeit/leeftijd-en-geslacht
3. Veehof LJG, Stewart R, Haaijer-Ruskamp FM, Meyboom-de Jong B. Chronische polyfarmacie bij een derde van de ouderen in de huisartspraktijk. Ned Tijdschr Geneeskd1999;143:93-7.
4. Sotaniemi EA, Arranto AJ, Pelkonen O, Pasanen M. Age and cytochrome P450-linked drug metabolism in humans: an analysis of 226 subjects with equal histopathologic conditions. Clin Pharmacol Ther1997;61:331-9.
5. Michalets EL. Update: clinically significant cytochromeP-450 drug interactions. Pharmacotherapy 1998;18:84-112.
6. Huisman-Baron M, Veen van der L, Jansen PAF, et al. Criteria for drug selection in frail elderly. Drugs Aging 2011; 28: 391-402.
7. Jansen PAF, Brouwers JRBJ. Clinical pharmacology in old persons. Scientifica 2012; 723678.
8. www.ntvg.nl/artikelen/serotonerg-syndroom
9. The natural standard
10. Fugh-Berman A. Herb-drug interactions. Lancet 2000;355:134-8.
11. www.eerstekamer.nl/overig/20130212/rapport_acute_ziekenhuisopnamen