Over melk, bèta-casomorphine-7 en type 1 diabetes

10 Oct, 2017

Caseïne is de grootste groep eiwitten in melk. Tezamen vertegenwoordigen zij ongeveer 80% van het totale melkeiwitgehalte. Er bevinden zich verschillende soorten caseïne in melk, en bèta-caseïne is de tweede meest voorkomende. Bèta-caseïne bestaat in minstens 13 verschillende vormen. De twee meest voorkomende vormen van bèta-caseïne zijn bèta-caseïne A1 en A2 bèta-caseïne. Bèta-casomorphine-7 (BCM-7) een opioïde peptide die wordt afgegeven tijdens de vertering van A1 bèta-caseïne.

BCM-7 blijkt een ongunstige invloed te hebben op het spijsverteringsstelsel, maar het is nog niet duidelijk in hoeverre BCM-7 intact in het bloed wordt geabsorbeerd. Men vermoedt dat BMC-7, eenmaal opgenomen, ook ongunstige gezondheidseffecten sorteert. Een aantal onderzoeksgroepen hebben gesuggereerd dat BCM-7 schadelijk kan zijn. Het bewijs daarvoor is echter nog steeds te zwak om sterke conclusies te trekken.

Onderzoekers uit Nieuw Zeeland en Australië stelden onlangs een review op waarin ze al het onderzoek naar de relatie van A1-bèta-caseïne melk-eiwit en de predispositie voor type 1 diabetes uiteenzetten. Na hun analyse concluderen zij dat A1-bèta-caseïne en BMC-7 sterke dominante triggers zijn en predisponeren voor diabetes type 1 (Chia et al., 2017).

De gehele tekst van dit review is hier te lezen.

Bron:
Chia, J. S. J., McRae, J. L., Kukuljan, S., Woodford, K., Elliott, R. B., Swinburn, B., & Dwyer, K. M. (2017). A1 beta-casein milk protein and other environmental pre-disposing factors for type 1 diabetes. Nutrition & Diabetes, 7(5), e274.

is natuurgeneeskundige en klinisch epidemioloog. Ze is als (freelance) auteur, docent en onderzoeker gespecialiseerd in het vakgebied van de complementaire, alternatieve en functionele geneeskunde. In haar werk staan kennisoverdracht en kennisontwikkeling in deze geneeswijzen centraal. Zij levert wetenschappelijke informatiediensten binnen het werkveld.

Laat een reactie achter