De effecten van lichaamsbeweging op cholesterol

11 maart 2019

Meer dan 500 genen op de chromosomen van het menselijk DNA hebben invloed op de vetstofwisseling en in het bijzonder de cholesterolstofwisseling. Leefstijlfactoren, zoals lichaamsbeweging, zijn op hun beurt van invloed op de expressie van een aantal van deze genen.

Regelmatige lichaamsbeweging verhoogt het circulerende HDL-cholesterol en verlaagt het ongunstige LDL-cholesterol en de hoeveelheid triglyceriden in het bloed. In de praktijk is er echter sprake van persoonlijke variaties in de effecten van lichaamsbeweging op de cholesterolwaarden. Om te bepalen welke genen beïnvloed worden door fysieke activiteit, voerden onderzoekers een genoombrede meta-analyse uit onder bijna 121.000 deelnemers van verschillende afkomst.

In het onderzoek werden mensen van Europese, Afrikaanse, Aziatische, Latijns-Amerikaanse en Braziliaanse afkomst geïncludeerd. De deelnemers werden als inactief geclassificeerd als ze minder dan een uur per week matig-intensief bewogen. Hadden ze meer dan een uur matig-intensieve lichaamsbeweging, dan vielen ze in de categorie actief. Na een analyse van de 500 genen die betrokken zijn bij de vetstofwisseling bleken er vier beïnvloed te worden door lichaamsbeweging. De genen CLASP1, LHX1, SNTA1 verhogen de HDL-bloedwaarde en tevens de spierkracht. Het genCNTNAP2 doet het LDL-cholesterol dalen. Mensen van Afrikaanse afkomst beschikken vier keer vaker over het LDL-verlagende gen, waardoor bij hen een groter effect van fysieke activiteit op de cholesterolspiegel waarneembaar was.
De wetenschappers verklaren dat de cholesterolwaarden in het bloed verbeteren, doordat de skeletspieren door lichamelijke activiteit beter in staat zijn om vetten als energiebron te gebruiken.

De hele Engelstalige publicatie is hier te lezen.


Bron:
Kilpeläinen, T. O., Bentley, A. R., Noordam, R., Sung, Y. J., Schwander, K., Winkler, T. W., … Loos, R. J. F. (2019). Multi-ancestry study of blood lipid levels identifies four loci interacting with physical activity. Nature Communications, 10(1), 376.