Voeding en autisme

15 juni 2020

Ruim 1 procent van de Nederlanders, ongeveer 200.000 mensen, heeft autisme. Autisme kenmerkt zich door problemen in sociale interactie, communicatie, flexibiliteit in denken en handelen en het filteren en integreren van informatie.1 Omdat de aandoening niet genezen kan worden, richt de behandeling zich op een verbetering van sociaal gedrag en een verhoging van de kwaliteit van leven.

Op basis van verschillende studies wordt aangenomen dat er bij autisme sprake is van een verstoring in het lichaamseigen antioxidantsysteem en de methylatie in het lichaam; zowel glutathion als S-adenosylmethionine (SAM) zijn significant verlaagd bij mensen met autisme. Daarnaast hebben mensen met autisme vaker last van maagdarmproblemen en er zijn bij deze groep tevens verstoringen in het darmmicrobioom aangetoond. Zowel voedingsinterventies, waaronder een glutenvrij, caseïnevrij en ketogeen dieet, als voedingssuppletie, met bijvoorbeeld probiotica, visolie en vitaminen, worden genoemd als mogelijk effectieve behandelingen.2

Een review van Karhu en collega’s gaat in op de rationale achter deze interventies en hun werkzaamheid. Een gecombineerd glutenvrij en caseïnevrij voedingspatroon zou kunnen resulteren in een afname van klachten, mits voldoende lang gevolgd. Probiotica hebben een groot potentieel bij de behandeling, evenals suppletie met visolie. Bewijs voor het gebruik van vitamine A, B6, magnesium, B12 en foliumzuur is minder sterk, al zijn er indicaties voor de effectiviteit. De auteurs geven aan dat vervolgonderzoek zich met name zou moeten richten op het definiëren van de juiste subgroepen waarvoor een specifieke interventie zinvol kan zijn.

De volledige publicatie van Karhu en collega’s kunt u hier lezen.

Bronvermelding:

  1. www.autisme.nl
  2. Karhu, E., Zukerman, R., Eshraghi, R. S., Mittal, J., Deth, R. C., Castejon, A. M., … & Eshraghi, A. A. (2019). Nutritional interventions for autism spectrum disorder. Nutrition Reviews.