Kwantificatie en kwalificatie van interacties

8 augustus 2016

Door: L.E.E. van Weereld

Mensen gebruiken supplementen en fytotherapeutica om gezond te blijven of om zich beter te voelen. Volgens een Amerikaanse studie gebruikt ongeveer 20% van de bevolking supplementen en fytotherapeutica1. Een schatting in Nederland is 25%, wat goed is voor een markt van 320 miljoen euro. Het gebruik van supplementen en fytotherapeutica zou op zich geen nadelige gevolgen voor de gezondheid mogen opleveren, omdat deze preparaten vrij verkrijgbaar zijn en in principe niet schadelijk mogen zijn volgens het Warenwetbesluit.

Echter, deze middelen zijn niet zoals reguliere geneesmiddelen beoordeeld door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) op de balans tussen het gunstige effect van het middel (de werkzaamheid) en het risico van ongunstige effecten. In Nederland zijn slechts enkele fytotherapeutica geregistreerd door het CBG, maar bij supplementen en fytotherapeutica is de beoordeling van ongunstige effecten, ofwel veiligheid, gescheiden van de beoordeling van een eventuele claim over gunstige effecten.

Nederland kent geen wettelijke regeling omtrent de balans tussen het gunstige effect en het risico van het ongunstige effect van supplementen en fytotherapeutica.

Wilt u het hele artikel als PDF ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.

Bronnen:
1. Cho, H.-J., & Yoon, I.-S. (2015). Pharmacokinetic interactions of herbs with cytochrome p450 and p-glycoprotein. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine: eCAM, 2015, 736431. doi:10.1155/2015/736431
2. Vieira MD, Huang SM. Botanical-drug interactions: a scientific perspective. Planta medica. 2012 Sep;78(13):1400-15.
3. Mouly, S., Morgand, M., Lopes, A., Lloret-Linares, C. & Bergmann, J.-F. (2015). Drug-food interactions in internal medicine: What physicians should know?. La Revue de Medecine Interne / Fondee Par La Societé Nationale Française de Medecine Interne. doi:10.1016/j.revmed.2014.12.010
4. Gavronski, M. & Volmer, D. (2014). Safety concerns in simultaneous use of prescription and ‘over-the-counter’ medicines – results of patient survey in Estonia. SpringerPlus, 3, 143. doi:10.1186/2193-1801-3-143
5. Tiesjema, G., Wit, L. de, Brandon, E., Jeurissen, S., Kupper, N., Noorlander, C. & Kranen, H. (2013). RIVM. Interacties tussen kruiden en geneesmiddelen Sint Janskruid
6. Scott, I.A., Hilmer, S.N., Reeve, E., Potter, K., Le Couteur, D., Rigby, D., Gnjidic, D., Del Mar, C.B., Roughead, E.E., Page, A., Jansen, J. & Martin, J.H. (2015). Reducing inappropriate polypharmacy: the process of deprescribing. JAMA Intern Med.;175(5):827-34
7. Weda, L.C. & Lemmens, M. (2013). RIVM Polyfarmacie bij kwetsbare ouderen Inventarisatie van risico’s en mogelijke interventiestrategieën
8. Van Riel, A.J.H.P. & Meulenbelt, J. (2013) De gevaren van voedingssupplementen en zelfmedicatie
9. Van Weereld, L. (2016) Polyfarmacie in combinatie met supplementen en kruidenpreparaten, een verkennend onderzoek