Metabool Syndroom: de ontspoorde stofwisseling

30 januari 2017

Door: Fleur Kortekaas

Het Metabool Syndroom (MetS) komt voort uit het ontstaan van insulineresistentie. Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk, verhoogde bloedlipidewaardes en viscerale vetophoping. Als de stofwisseling ontspoort, kan het lichaam zich niet meer goed voeden. Iedere metabole verstoring is dus het begin van een gezondheid ondermijnende situatie. Het lijf raakt ontregeld in zijn diepste essentie.

In de komende vier edities van OrthoFyto laten we verschillende deskundigen aan het woord over MetS. Veel mensen lopen ongemerkt rond met dit metabole syndroom. Dokters zien slechts het topje van de ijsberg van de groep patiënten die ze zouden moeten zien. Ondanks de ernst van de situatie merken mensen MetS namelijk niet op. Een hoge bloeddruk, een gezwollen lever, een torenhoge bloedsuikerspiegel en verstoorde bloedvetten geven op korte termijn namelijk weinig hinderlijke klachten.

Gelukkig is een lichaam zo krachtig, dat zij deze ernstige verstoring kan terugdraaien. U zou denken dat daar rigoureuze maatregelen voor nodig zijn; een harde hand om met oneindig veel kracht en inspanning het traject om te buigen. Niets is minder waar: met een gezonde levensstijl, goed eten, voldoende bewegen, op tijd slapen en ontspanning heeft het lichaam het vermogen  om de ernstige ontregeling geleidelijk weer te herstellen. Ons OrthoFyto-vierluik over MetS gaat over de manier waarop mensen begeleid en geholpen kunnen worden dit leefstijlmedicijn tot zich te nemen. Welke voeding, kruiden en supplementen geven zinvolle aanvullende zorg? Hoe is herstel te herkennen? Met als doel dat eten en drinken het lichaam weer daadwerkelijk van top tot teen, tot op het bot en tot in het hart van ons wezen kan voeden.

In het eerste deel van het vierluik gaan we in op de grootte en de aard van het probleem MetS. Tevens bespreken we de diagnostiek: hoe signaleert u patiënten en wat is de precieze aard van hun klachten? Patiënten hebben uiteraard wel wat klachten, maar die vragen om een alert lichaamsbewustzijn om herkend te worden. Vaak ervaart men ze niet als ernstig genoeg om op tijd aan de bel te trekken. Denk hierbij aan vermoeidheid, gewrichtsklachten, gewichtstoename en/of een verstoorde eetlust. Bij hoge bloedsuikerspiegels lijken mensen net karamelliserende ovens: niet-enzymatische verandering van eiwitten door reducerende suikers (een proces dat ook wel bekend als Maillard-reactie) leidt tot de vorming van Advanced Glycation End-producten (AGE’s). Deze vorming en accumulatie van AGE’s is normaal bij veroudering, maar verloopt extreem snel bij suikerziekte. Zo zijn AGE’s betrokken bij de pathogenese van diabetische vasculaire complicaties.

Ook deze verandering in de fysiologie bij het ontstaan van MetS belichten we in deze editie. De pancreas reageert bij hoge bloedsuikerspiegels eerst door meer insuline te maken. Hierbij is geen lineaire relatie tussen de insulineconcentratie en het effect. Op termijn ontstaat insulineresistentie: er is meer insuline nodig voor het zelfde effect. Spieren, vetweefsel, lever en andere weefsels en organen reageren verschillend op insuline en reageren bij verschillende concentraties. De lever is echter het meeste insulinegevoelige orgaan van het lichaam en reageert ook als eerste om resistent te worden.

Deze biochemie en fysiologie vormen de basis voor het begrijpen van deze chronische aandoening, alsmede de aanpak van de behandeling. In het gehele vierluik bespreken we behandelopties met voeding, orthomoleculaire suppletie, kruiden en beweging. We geven handvatten voor het nog beter begeleiden en motiveren van uw patiënten naar een gezonde leefstijl. Onze hoog complexe samenleving vraagt immers om gezondheidsvaardige mensen. Voorlichting, eetlustregulatie, de darmbrein-verbinding psycho-neuro-immunologisch beschouwd, initiatieven zoals de Stichting Voeding Leeft en andere preventieprogramma’s, nazorg na bariatrische chirurgie; deze reeks tracht u een rijk aanbod aan nieuwe en traditionele kennis te bieden, om uw behandelopties bij deze groep patiënten verder te vergroten.