Mini-doses allergeen tegen voedselallergie

07 Jun, 2022

Door: Annemiek Brumsteede

‘Het zijn altijd de mooie zomeravonden waarop het mis gaat’, verzuchtte eens een tienjarig patiëntje van Ted Klok, kinderarts in het Deventer Ziekenhuis. In zijn vak krijgt hij geregeld te maken met kinderen met een voedselallergie. Geïnspireerd door twee Engelse studies1,2 kwam hij op het idee voor zijn ORKA-studie: orale immunotherapie voor kinderen met allergie, via minuscule doses allergeen.

In de studie stelt Klok kinderen, jonger dan 24 maanden, bloot aan kleine hoeveelheden van de voeding waarvoor zij allergisch zijn; daardoor leert het lichaam via het immuunsysteem anders reageren. Doel van deze behandeling is dat kinderen aan het eind van de therapie echt van hun voedselallergie af zijn.

Ted Klok: ‘Geef baby’s met een hoog risico voor het ontwikkelen van een pinda-allergie al heel vroeg twee keer per week pinda te eten. Ze hebben dan veel minder kans de allergie te ontwikkelen. Dat liet de Engelse LEAP-studie zien. We noemen dat secundaire preventie. Ik dacht: waarom zou datzelfde mechanisme niet werken bij een kind dat al een voedselallergie heeft ontwikkeld? Als we de komende jaren een doorbraak willen bereiken op dit gebied zou dit het moeten zijn: orale immunotherapie al heel jong in het leven, omdat secundaire preventie ook werkt.’

De achtergrond van ORKA-studie is de hypothese dat voedselallergie ontstaat in de huid, doordat sporen van voeding bij kinderen met eczeem via de huid naar binnen komen. Het immuunsysteem begint dan antistoffen te produceren. Daarentegen kan het immuunsysteem in de darm juist heel goed tolerantie bevorderen.
Klok: ‘We kijken in dit onderzoek naar de veiligheid en haalbaarheid van deze therapie. We meten of de voedselallergie weg is, door na een jaar therapie het kind vier weken het product niet te geven en dan een provocatietest uit te voeren. Vervolgens start het kind met een normale intake thuis. Waarbij nog wel het advies is om het product wekelijks te nemen, maar dan in normale dosering.’

Lees het gehele artikel vanaf pagina 24 in OrthoFyto 3/22.

Wilt u het gehele artikel als PDF bestand ontvangen? Bestel het dan hier voor € 3,50.

Bronvermelding:
1. Du Toit, G., Roberts, G., Sayre, P. H., Bahnson, H. T., Radulovic, S., Santos, A. F., Brough, H. A., Phippard, D., Basting, M., Feeney, M., Turcanu, V., Sever, M. L., Gomez Lorenzo, M., Plaut, M., Lack, G., & LEAP Study Team (2015). Randomized trial of peanut consumption in infants at risk for peanut allergy. The New England journal of medicine, 372(9), 803–813.
2. Du Toit, G., Sayre, P. H., Roberts, G., Sever, M. L., Lawson, K., Bahnson, H. T., Brough, H. A., Santos, A. F., Harris, K. M., Radulovic, S., Basting, M., Turcanu, V., Plaut, M., Lack, G., & Immune Tolerance Network LEAP-On Study Team (2016). Effect of Avoidance on Peanut Allergy after Early Peanut Consumption. The New England journal of medicine, 374(15), 1435–1443.