Type koolhydraten van invloed op overleving borstkanker

28 Jul, 2021

Een relatief hoge inname van koolhydraten uit groente kan de overlevingskans na een borstkankerdiagnose verhogen. Een hoge inname van toegevoegde suiker, sucrose en fructose heeft daarentegen een negatieve invloed op de overlevingskans. Zo blijkt uit een prospectief onderzoek onder vrouwen met recent gediagnosticeerde borstkanker.

Aan het onderzoek namen 8932 vrouwen deel met recent gediagnosticeerde borstkanker fase I tot III. De vrouwen vulden elke vier jaar een voedingsdagboek in en werden gemiddeld 11,5 jaar gevolgd. Tijdens het onderzoek overleden 1071 vrouwen aan de gevolgen van borstkanker en 2532 vrouwen overleden door een andere oorzaak. Bij de analyse van de data werd gecorrigeerd voor verschillende beïnvloedende factoren, zoals rookgedrag, lichaamsgewicht en het gebruik van de anticonceptiepil. Vrouwen die relatief veel suiker consumeerden na de diagnose hadden een groter risico om te overlijden aan borstkanker of door een andere oorzaak. Ook toegevoegde suikers verhoogde dit risico, maar suikers die van nature in voedingsmiddelen voorkomen hadden dit negatieve effect niet. Een hoge inname van sucrose, toegevoegd fructose, koolhydraten uit vruchtensap, koolhydraten uit aardappels en de consumptie van geraffineerde koolhydraten hadden een negatief effect op de overlevingskans. Vrouwen die relatief veel koolhydraten uit groenten binnenkregen, hadden juist een hogere overlevingskans.

De wetenschappers verklaren dat een hoge inname van ongezonde koolhydraten als voeding dient voor de tumorcellen. Bovendien activeert het de insulineafgifte wat de ontwikkeling van tumorcellen verder stimuleert. De koolhydraten in groenten hebben echter over het algemeen een lagere glycemische lading. Daarnaast bevatten groenten antioxidanten en bioactieve stoffen die de tumorontwikkeling kunnen remmen.

Bronvermelding:
Farvid, M. S., Barnett, J. B., Spence, N. D., Rosner, B. A., & Holmes, M. D. (2021). Types of carbohydrate intake and breast cancer survival. European Journal of Nutrition, 1-13.