Samenwerken reguliere medici met complementaire zorgverleners

01 Jul, 2024

Op welke manier kunnen reguliere medici en artsen of therapeuten in de complementaire zorg het beste met elkaar samenwerken? Welke behoeftes zijn er en aan welke randvoorwaarden zou moeten worden voldaan om elkaar goed te verstaan? Het RBCZ-onderzoeksproject COCOZ-proeftuinenproject bracht in verschillende proeftuinen in Nederland reguliere en complementaire zorgverleners hierover met elkaar in gesprek.

Zogenaamde COCOZ2-tools zijn op basis van dit overleg met elkaar ontwikkelde hulpmiddelen en bieden handvaten voor het samenwerken. Onderdeel van deze COCOZ2-tools is een keuzehulp – de Keuzehulp Complementaire Zorg – voor de huisarts of doorverwijzer bij zes indicaties, waarbij de evidence level wordt aangegeven voor therapievormen, aflopend van A naar C. Deze zes indicaties zijn depressieve klachten, pijnklachten (rug/nek/schouder), SOLK/ALK, chronische vermoeidheid, buikklachten (IBS) en burn-out. Voor orthomoleculaire therapie is de volgende inventarisatie gemaakt: evidence-niveau A voor depressieve klachten, pijnklachten (rug/nek/schouder) en buikklachten (IBS). Evidence-niveau B voor SOLK/ALK, chronische vermoeidheid en burn-out. Evidence-niveau C bestaat niet voor orthomoleculaire therapie.

Verschillende spin-offs vanuit deze proeftuinen zijn gaande. Het Vakblad voor de Natuurlijke en Integrale Gezondheidszorg publiceert artikelen over deze spin-offs om je op die manier voorbeelden te geven van samenwerkingsprojecten. Meer informatie over de uitkomsten van COCOZ2 kun je vinden via de website van de RBCZ en via de onderzoeksinstituten Louis Bolk en Van Praag, die uitvoering aan het onderzoek gaven. Ook zal je eigen beroepsvereniging je informatie geven over deze handvaten voor samenwerking.

Meer informatie via RBCZ.nl