Prevalentie van glutenovergevoeligheid bij mensen met darmklachten

28 juni 2016

Het niet verdragen van gluten werd vroeger altijd als symptoom beschouwd van ofwel coeliakie ofwel een tarwe-allergie. In de afgelopen jaren zijn echter verschillende studies verschenen waaruit blijkt dat glutenintolerantie ook aanwezig kan zijn bij mensen die niet aan coeliakie of tarwe-allergie lijden. Dit nieuwe syndroom is benoemd als non-celiac-gluten- sensitivity (NCGS) of glutengevoeligheid. Men vermoedt dat NCGS het meest voorkomende syndroom van glutenintolerantie is, maar het is onduidelijk hoe vaak glutengevoeligheid voorkomt.

Onderzoekers van de Universiteit van Milaan onderzochten deze prevalentie van NCGS binnen een groep mensen met functionele darmklachten. Bij deze groep was coeliakie en tarwe-allergie als oorzaak van de darmklachten uitgesloten. Honderdveertig patiënten namen deel aan de studie en volgden gedurende drie weken een glutenvrij dieet. Bijna driekwart van deze groep (72%) reageerde gunstig op het weglaten van gluten uit de voeding. Vervolgens werden de mensen (n=98) die gunstig reageerden op het glutenvrije dieet in een tweede fase van de studie verdeeld in twee groepen. Een groep kreeg glutenbevattende voeding (5,6 gram per dag) of een gluten-placebovoeding gedurende 7 dagen. Na deze 7 dagen vond een cross-over plaats van de groepen. De groep die gluten gebruikte, werd op de placebovoeding gezet gedurende een week, en de groep die placebo gebruikte kreeg echte gluten.

Bij 14% van de patiënten keerden de darmklachten terug na herintroductie van gluten. Hoewel bijna driekwart van de deelnemers in de eerste fase van de studie dus positief reageert op een glutenvrij dieet, wordt vermoed dat de groep mensen die bij herintroductie een terugval in klachten laat zien daadwerkelijk NCGS heeft. Dit grote verschil (72% ten opzichte van 12%) wijden onderzoekers aan een placebo-effect evenals aan de aanwezigheid van andere in het voedsel aanwezige actieve moleculen (amylase trypsine remmer, ATI) of fermenteerbare substraten (fermenteerbare oligo-, di- en monosacchariden, polyolen, FODMAP’s), die tot een belangrijke verstrengeling in het behandeleffect kunnen leiden.

Redactionele noot
In de praktijk komt glutengevoeligheid dus voor bij ongeveer 14% van de mensen met gastro-intestinale klachten; een veel groter deel van de mensen met darmklachten knapt op van een glutenvrij dieet. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het tijdelijk weglaten van gluten een positieve invloed op de darmconditie heeft, waardoor de capaciteit om voeding – waaronder gluten – te verteren, verbetert. Deze mensen zouden ‘met vlagen’ intolerant zijn; afhankelijk van de verdere belasting op de darmen, het zenuwstelstel en de psyche.

Bron:
Elli L, Tomba C, Branchi F, et al. Evidence for the Presence of Non-Celiac Gluten Sensitivity in Patients with Functional Gastrointestinal Symptoms: Results from a Multicenter Randomized Double-Blind Placebo-Controlled Gluten Challenge. Nutrients, 2016, 8(2). doi:10.3390/nu8020084.